De oorsprong van de whisky vind je terug in Ierland rond het jaar 600. De monniken-missionarissen vonden er een drankje uit dat ze “Uisce Beatha” noemden, Keltisch voor 'brandewijn'. Uiteindelijk werd dit verengelst tot “whiskey”. Normaal gezien is whisky alcohol op basis van graan. Het verschil met bourbon en scotch is dat bij de Ierse whisky de mout in een gesloten oven wordt gedroogd (zonder in contact te komen met de rook) en dat er een drievoudige distillatie wordt toegepast. Het is vooral deze drievoudige distillatie die de whisky zijn unieke aroma en zijn niet te evenaren zachte smaak geeft.